Onderzoek Algemene Rekenkamer Aanbestedingswet

Valse start

Europese aanbestedingen waren jarenlang het hoofdpijndossier van het mkb. De nieuwe Aanbestedingswet belooft beterschap. Opdrachten worden niet meer kunstmatig vergroot, er komt meer oog voor kwaliteit en markt en overheid moeten meer met elkaar gaan overleggen. De wetgever heeft gesproken, de praktijk is aan zet.

Het zal wel even wennen worden, want het nieuwe aanbesteden staat en valt met vertrouwen. Aanbestedingsprocedures hadden de laatste tijd meer weg van loopgravenoorlogen, dus er valt een hoop te herstellen. Helaas dreigt de Algemene Rekenkamer roet in het eten te gooien voordat de praktijk überhaupt is begonnen.

Het rapport ‘Europees Aanbesteden’ onderzoekt de effecten de voorgenomen maatregelen van de nieuwe Aanbestedingswet in de praktijk, alleen is die wet nog niet in werking getreden. Bijzondere timing dus.

De Rekenkamer stelt dat één van de belangrijkste punten uit de nieuwe Aanbestedingswet -het verbod op samenvoegen van opdrachten en het gebod om zo veel mogelijk in percelen aan te besteden zodat het mkb ook een kans krijgt om (op onderdelen) in te schrijven- op gespannen voet staat met de kabinetsambitie om kosten te besparen. Deze conclusie is tendentieus en getuigt van een ‘meer voor minder mentaliteit’ die het financieel geweten van de overheid misstaat.

Op basis van een summier aantal van drie praktijkervaringen trekt de Rekenkamer bovendien de kansen van het mkb bij kleinere opdrachten in twijfel. Deze praktijkervaringen zijn, gelet op het twijfelachtige gevoel voor timing van het onderzoek, gebaseerd op ervaringen onder de ‘oude’ aanbestedingswet. De wet dus, waar niks in stond. De wet die bestond uit een lappendeken. De wet die niet proportionaliteit als kernbegrip kende en juist vanwege dat gebrek aan proportionaliteit niet alleen de opdracht, maar ook de eisen onwerkbaar maakte. De wet dus, die inderdaad zoals de Rekenkamer stelt, het mkb buiten spel zette omdat eisen op het gebied van bijvoorbeeld social return disproportioneel waren. Het scheiden van kaf en koren was hier op zijn plaats geweest: als het mkb niet kon inschrijven, dan was dat door een gebrek aan proportionaliteit in de eisen, precies het punt dat de nieuwe wet dus repareert. De diskwalificatie van de percelenregeling is op basis van oude feiten te kort door de bocht.

De Rekenkamer is het financiële geweten van de overheid. De oneigenlijke diskwalificaties van onderdelen van de nieuwe wet, ondermijnen het vertrouwen dat inkopers en ondernemers moeten herwinnen. Vertrouwen dat nodig is om de praktijk echt vooruit te helpen. Wat proportioneel is, zal namelijk per geval moeten worden beoordeeld door inkopers met verstand van inkopen en ondernemers met verstand van wat wordt ingekocht. Per opdracht, met de nieuwe wet in de hand. Mag ik de Rekenkamer verzoeken haar onderzoek te herhalen als de praktijk op stoom is gekomen?

Gepubliceerd in het Financieele Dagblad, 23 januari 2013