Tijd om ondernemerschap veilig te stellen. In de Grondwet graag.

Laissez enterprendre

Met het nieuwe kabinet van VVD en PvdA wordt Nederland bestuurd door een combinatie van liberalisme en sociaaldemocratie. Interessant gegeven. De een is voor laissez faire, laissez passer, waarbij de overheid zich zo min mogelijk bemoeit met het individu, de ander juist voor regulering door de overheid om sociale ongelijkheid te beperken. Beide stromingen zijn verankerd in de Grondwet: klassieke grondrechten zetten de overheid op afstand, sociale grondrechten dwingen de overheid tot handelen. Goed moment voor de introductie van een recht dat de smeerolie tussen beiden beschermt: het recht op ondernemerschap.

Ondernemers zijn zowel voor de PvdA als de VVD belangrijk. Logisch. Ondernemers verdienen het meeste geld, zorgen dat niet-ondernemers óók geld kunnen verdienen, brengen het meeste belastinggeld binnen en bekostigen zodoende grotendeels de overheid en haar voorzieningen. Ruimte voor ondernemerschap is dus in het algemeen belang; het stelt de overheid immers in staat aan haar verplichtingen te voldoen.

Helaas wordt in naam van het “algemeen belang” steeds meer ruimte van ondernemers door de overheid ingeperkt of weggekaapt. Zo zijn winkeliers voor de vraag of zij op zondag open mogen, overgeleverd aan de voorkeur van hun gemeente. Zondagsrust of ondernemerslust, een kwestie van lokale mazzel of pech.

Bovendien speelt de overheid steeds vaker zelf ‘ondernemertje’. Met belastinggeld worden echte ondernemers genadeloos van de markt gedrukt omdat een willekeurige activiteit ineens een “dienst van algemeen economisch belang” is. Een dienst van algemeen economisch belang is juridisch voor zeggen dat bevorderen van sport een publieke taak is zodat je naast het voorzien in sportgelegenheid voor minder bedeelden, als gemeente nog wat bij kan schnabbelen aan het verhuren van de sportkantine. En o ja, daar wordt het bier voor 30 cent per glas geschonken. Weg lokale horeca. Hetzelfde geldt voor pasfotografen, schoonmakers, onderzoeksbureaus en vele anderen.

Onder het mom van het algemeen belang kan de overheid dus naar believen ondernemerschap inperken of zelfs vakkundig de nek omdraaien. Met alle gevolgen van dien. Zonder ondernemers immers geen werk, zonder werk geen geld en zonder geld weer geen overheid om het algemeen belang te dienen.

Tijd dus om ondernemerschap veilig te stellen. In de Grondwet graag. Want tussen de klassieke grondrechten zoals het recht op privacy en de sociale grondrechten zoals het recht op arbeidskeuze, hoort inmiddels een ondernemersgrondrecht. Dat is het recht om werk te verschaffen en zo de economie draaiende te houden. Het recht om zo veel geld te verdienen dat de overheid genoeg middelen heeft om aan haar zorgplicht te kunnen voldoen. Niet alleen als bescherming tegen de overheid, maar bovenal als conditio sine qua non voor het kunnen dienen van het algemeen belang door de overheid. De Memorie van Toelichting kan wat mij betreft kort zijn: laissez faire, laissez entreprendre.

Gepubliceerd in het Financieele Dagblad, 14 november 2012